Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9439.
3.22. Hoewel zich bij het bovenstaande ook een verbinding met het zgn. contra proferentem-leerstuk(16) aandient, stip ik dit slechts kort aan, omdat het m.i. voor de beoordeling van deze zaak niet nodig is. De partijen hebben er ook niet met zo veel woorden aan gerefereerd. Intussen herinner ik eraan dat de Hoge Raad in het eerder vermelde arrest van 18 oktober 2002 (Pieterse/Nationale-Nederlanden) niettemin in rov. 3.4, 3e alinea, overwogen heeft dat 'als algemeen gezichtspunt heeft te gelden dat bij de beoordeling door de feitenrechter van de uit te leggen overeenkomst naar gelang van de omstandigheden mag meewegen dat een eenzijdig door de verzekeraar opgestelde polisvoorwaarde in geval van twijfel over de uitleg ervan in het nadeel van de verzekeraar en ten gunste van de verzekerde moet worden uitgelegd'.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/695df801af99761660ccfe911500d56d21cddf6d8f18a21a795769c3f5f949a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 695df801af99761660ccfe911500d56d21cddf6d8f18a21a795769c3f5f949a1, en de alinea staat in dat document op bytes 36310 tot 37144.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/695df801af99761660ccfe911500d56d21cddf6d8f18a21a795769c3f5f949a1 | shasum -a 256