Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9440.

2.23 Subonderdeel 3a betoogt dat de ondernemingskamer heeft miskend dat zij ambtshalve, maar zeker wanneer een belanghebbende een daartoe strekkend verweer voert, moet onderzoeken of de verzoeker voldoet aan de eisen van art. 2:346 BW en dat, ingevolge het bepaalde in art. 284 lid 1 in verbinding met art. 150 Rv. op de verzoeker de stelplicht en de bewijslast rust, dat hij voldoet aan deze eisen. De ondernemingskamer heeft daarom ten onrechte onderzocht of [verzoeker tot cassatie] aannemelijk heeft gemaakt dat [verweerder in cassatie] niet het economisch belang bij de certificaten had (en daarom geen certificaathouder in de zin van art. 2:346 BW is), terwijl zij had moeten onderzoeken of [verweerder in cassatie] , gezien de gemotiveerde betwisting door [verzoeker tot cassatie] , certificaathouder was in de zin van artikel 2:346 BW, aldus het subonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07b7c4b011ec6fd14fa1efbd193acef56efac443b4e36c0b58403dbd533ba8ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07b7c4b011ec6fd14fa1efbd193acef56efac443b4e36c0b58403dbd533ba8ae, en de alinea staat in dat document op bytes 38520 tot 39400.