Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9440.
2.24 De eerste klacht van het subonderdeel mist feitelijke grondslag. De ondernemingskamer heeft naar aanleiding van een daartoe strekkend verweer van [verzoeker tot cassatie] en MeesPierson Trust (zie rov. 3.2) onderzocht of [verweerder in cassatie] ontvankelijk is in zijn verzoeken. Bij de beantwoording van die vraag heeft de ondernemingskamer in de hiervoor geciteerde rechtsoverwegingen op basis van door partijen en door de belanghebbende MeesPierson Trust aangedragen argumenten en op basis van het overgelegde 'Contat Fiduciair', geoordeeld dat [verweerder in cassatie] heeft te gelden als certificaathouder en dat [verzoeker tot cassatie] zijn verweer onvoldoende heeft gemotiveerd. Dit in hoge mate met de feiten verweven oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent stelplicht en bewijslast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07b7c4b011ec6fd14fa1efbd193acef56efac443b4e36c0b58403dbd533ba8ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07b7c4b011ec6fd14fa1efbd193acef56efac443b4e36c0b58403dbd533ba8ae, en de alinea staat in dat document op bytes 39433 tot 40270.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07b7c4b011ec6fd14fa1efbd193acef56efac443b4e36c0b58403dbd533ba8ae | shasum -a 256