Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9440.
2.25 Subonderdeel 3b (i) klaagt dat het oordeel van de ondernemingskamer dat [verweerder in cassatie] en [verzoeker tot cassatie] hebben te gelden als de rechtstreekse en enig economische rechthebbenden op de certificaten in de aandelen in de vennootschap, in het licht van het door [verzoeker tot cassatie] gevoerde verweer onbegrijpelijk is, althans onvoldoende gemotiveerd. Het subonderdeel verwijst onder meer naar de stelling van [verzoeker tot cassatie] in het verweerschrift (nr. 7) dat de overeenkomst waarnaar [verweerder in cassatie] verwijst en op grond waarvan [verweerder in cassatie] stelt economisch gerechtigd te zijn tot de certificaten van aandelen in [naam 1] , hem niet althans ook niet in de verstrekte vorm en inhoud bekend is en dat hij de rechtsgeldigheid van deze overeenkomst betwist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07b7c4b011ec6fd14fa1efbd193acef56efac443b4e36c0b58403dbd533ba8ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07b7c4b011ec6fd14fa1efbd193acef56efac443b4e36c0b58403dbd533ba8ae, en de alinea staat in dat document op bytes 40376 tot 41199.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07b7c4b011ec6fd14fa1efbd193acef56efac443b4e36c0b58403dbd533ba8ae | shasum -a 256