Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003

Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9440.

2.30 Subonderdeel 3b (iii) voert aan dat voorzover de ondernemingskamer het oordeel dat [verweerder in cassatie] en [verzoeker tot cassatie] hebben te gelden als de rechtstreekse en enige economische rechthebbende op de certificaten in de aandelen in de vennootschap (mede) heeft gebaseerd op de overweging in rechtsoverweging 3.3 vierde, vijfde en laatste volzin, dit oordeel rechtens onjuist, althans zonder nadere motivering onbegrijpelijk is. De vaststelling van de ondernemingskamer dat [verweerder in cassatie] en [verzoeker tot cassatie] door hun positie in de Stichting de zeggenschap in de vennootschap geheel in handen hebben, kan, zo al juist, niet bijdragen aan de conclusie dat [verweerder in cassatie] (en [verzoeker tot cassatie] ) economisch rechthebbende op de certificaten zijn, aldus het subonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07b7c4b011ec6fd14fa1efbd193acef56efac443b4e36c0b58403dbd533ba8ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07b7c4b011ec6fd14fa1efbd193acef56efac443b4e36c0b58403dbd533ba8ae, en de alinea staat in dat document op bytes 44102 tot 44935.