Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9440.

2.31 Het subonderdeel faalt. De vaststelling door de ondernemingskamer dat [verweerder in cassatie] en [verzoeker tot cassatie] door hun positie in de Stichting de zeggenschap in de vennootschap geheel in handen hebben, kan, indien deze op zichzelf zou staan, wellicht niet leiden tot het oordeel dat [verweerder in cassatie] en [verzoeker tot cassatie] economisch rechthebbende op de certificaten zijn. Het staat evenwel niet op zichzelf, maar - ik merkte dat hiervoor reeds op - vormt een onderdeel van een uit drie overwegingen bestaande motivering van de ontvankelijkheid van [verweerder in cassatie] . In die overwegingen is de door het subonderdeel gewraakte volzin geen onbegrijpelijke schakel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07b7c4b011ec6fd14fa1efbd193acef56efac443b4e36c0b58403dbd533ba8ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07b7c4b011ec6fd14fa1efbd193acef56efac443b4e36c0b58403dbd533ba8ae, en de alinea staat in dat document op bytes 44968 tot 45682.