Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9444.

6) De onderdelen 1, 3a en 3b treffen naar mijn mening doel voorzover zij erover klagen dat het hof de tekst van de schriftelijke "arbeidsovereenkomst" doorslaggevend heeft geacht. Daarmee heeft het hof hetzij miskend dat bij het vaststellen van de overeengekomen verplichtingen niet de schriftelijke tekst van de overeenkomst beslissend is, maar dat het daarbij aankomt op alle omstandigheden van het gegeven geval, hetzij zijn oordeel dat de overeenkomst de verplichting tot het verrichten van arbeid en de indiensttreding van [verweerster] bij [eiseres] bevat onvoldoende met redenen omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ec0385c05e803656ed2b9b93f8b247809afd8c83652ca2562ef73bf23e287ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ec0385c05e803656ed2b9b93f8b247809afd8c83652ca2562ef73bf23e287ae, en de alinea staat in dat document op bytes 12084 tot 12692.