Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9444.
Nu 's hofs oordeel dat de schriftelijke overeenkomst de werkelijke bedoeling van partijen weergeeft in zoverre standhoudt, moet worden aangenomen dat sprake is van een overeenkomst sui generis. De reden die [eiseres] in de feitelijke instanties heeft opgegeven voor haar wens tot het staken van haar uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen, is dat [verweerster] samenleeft met een ander als ware zij gehuwd; de alimentatieplicht van [betrokkene 1] zou daarom ingevolge artikel 1:160 BW zijn geëindigd. Op een eigensoortige regeling, die geen alimentatie-overeenkomst is, is artikel 1:160 BW evenwel niet van toepassing(4). Het hof heeft dan ook terecht de toewijzing van de vordering tot nakoming van de in die overeenkomst opgenomen betalingsverplichtingen van [eiseres] bekrachtigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ec0385c05e803656ed2b9b93f8b247809afd8c83652ca2562ef73bf23e287ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ec0385c05e803656ed2b9b93f8b247809afd8c83652ca2562ef73bf23e287ae, en de alinea staat in dat document op bytes 15997 tot 16815.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ec0385c05e803656ed2b9b93f8b247809afd8c83652ca2562ef73bf23e287ae | shasum -a 256