Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9446.
10. De primaire klacht is gegrond. Nog daargelaten dat in ieder geval de door [verweerder] en zijn echtgenote als getuigen af te leggen verklaringen niet kunnen worden aangemerkt als verklaringen van horen zeggen, heeft de Rechtbank miskend dat, gelet op het in art. 179 (oud) Rv, thans art. 152 Rv, neergelegde systeem van vrije bewijswaardering door de rechter, het de rechter niet verboden is bewijs te putten uit wat een getuige anderen heeft horen zeggen. Vgl. Pitlo/Hidma & Rutgers, Bewijs, 1995, blz. 103.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ace93b4a176468c887e89521f062b2a1685d1858d65e7e0bc71400ea8d9d33e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ace93b4a176468c887e89521f062b2a1685d1858d65e7e0bc71400ea8d9d33e4, en de alinea staat in dat document op bytes 10948 tot 11477.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ace93b4a176468c887e89521f062b2a1685d1858d65e7e0bc71400ea8d9d33e4 | shasum -a 256