Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9536.
"3.3. De rechtspraak van de Hoge Raad kan, voorzover hier van belang, als volgt worden samengevat. Indien de uitlevering is verzocht teneinde de opgeëiste persoon (verder) te vervolgen, komt het in de gevallen - zoals hier - waarin zowel de verzoekende Staat als de aangezochte Staat is toegetreden tot het EVRM, aan de rechter die moet oordelen over de toelaatbaarheid van de gevraagde uitlevering in het algemeen niet toe te beslissen over de vraag of in het kader van die strafvervolging enig in het EVRM gegarandeerd recht van de opgeëiste persoon is of dreigt te worden geschonden, omdat in beginsel moet worden uitgegaan van het vertrouwen dat de verzoekende Staat de bepalingen van dit verdrag zal eerbiedigen. Wat betreft art. 6 EVRM kan dit beginsel evenwel uitzondering lijden indien blijkt dat de opgeëiste persoon door zijn uitlevering zou worden blootgesteld aan zodanig risico van een flagrante inbreuk op enig hem ingevolge art. 6, eerste lid, EVRM toekomend recht dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren in de weg staat aan nakoming van de verdragsrechtelijke verplichting tot uitlevering. (...)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27cd4f0820cbea15f68c8d8c049884f743383c36a4e6116417ea0c42fea78b84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27cd4f0820cbea15f68c8d8c049884f743383c36a4e6116417ea0c42fea78b84, en de alinea staat in dat document op bytes 11414 tot 12593.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/27cd4f0820cbea15f68c8d8c049884f743383c36a4e6116417ea0c42fea78b84 | shasum -a 256