Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9536.
6. Door of namens de opgeëiste persoon is niet aangevoerd dat volgens het recht van de verzoekende Staat de opgeëiste persoon zich na uitlevering niet met vrucht zal kunnen beroepen op een beweerdelijk jegens hem gemaakte inbreuk op artikel 5 en 6 EVRM dan wel aan een geslaagd beroep niet alsnog zodanige rechtsgevolgen kunnen worden verbonden dat een inbreuk voldoende wordt gecompenseerd.(2) Daarbij komt dat de Rechtbank op grond van de door de Belgische autoriteiten verstrekte inlichtingen heeft vastgesteld dat voor de opgeëiste persoon na uitlevering de mogelijkheid van verzet openstaat. Daarin ligt als kennelijk en niet onbegrijpelijk oordeel van de Rechtbank besloten dat de opgeëiste persoon nog een rechtsmiddel als bedoeld in artikel 13 EVRM heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27cd4f0820cbea15f68c8d8c049884f743383c36a4e6116417ea0c42fea78b84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27cd4f0820cbea15f68c8d8c049884f743383c36a4e6116417ea0c42fea78b84, en de alinea staat in dat document op bytes 13836 tot 14616.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/27cd4f0820cbea15f68c8d8c049884f743383c36a4e6116417ea0c42fea78b84 | shasum -a 256