Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9541.
14. In eerste aanleg is de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaard omdat die naar het oordeel van de Rechtbank, mede door het ontbreken van bewijsstukken, onvoldoende was onderbouwd. Dat oordeel zou een verwijzingsrechter uiteraard niet binden. Het lijkt mij evenwel een omstandigheid die de Hoge Raad kan betrekken bij zijn beslissing of de bestreden uitspraak vernietigd moet worden voor zover daarin niet op de vordering van de benadeelde partij is beslist en de zaak in zoverre naar een aangrenzend Hof verwezen moet worden. Het oordeel van de Rechtbank lijkt mij temeer van belang te zijn omdat uit de brief van de vice-president blijkt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overgrote deel betrekking had op (kennelijk) gemiste inkomsten, en dat is bij uitstek een schadepost die onderbouwing vergt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b7d7b20e8c992a482039221d061b62a23f43a0b5d444fbe3a3488732c117c5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b7d7b20e8c992a482039221d061b62a23f43a0b5d444fbe3a3488732c117c5e, en de alinea staat in dat document op bytes 10883 tot 11737.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4b7d7b20e8c992a482039221d061b62a23f43a0b5d444fbe3a3488732c117c5e | shasum -a 256