Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9561.
10. Naar mijn inzicht heeft de officier van justitie onverstandig gehandeld door het faxbericht na sluiting van de behandeling in openbare raadkamer aan de griffier, en daarmee aan de Rechtbank, te doen toekomen. Die handelwijze is in strijd met de "equality of arms", welk beginsel een wezenlijk onderdeel is van een, ook in art. 6 EVRM gewaarborgd, eerlijk proces. Mij bekruipt in toenemende mate het gevoel dat ik een achterhoedegevecht aan het verliezen ben, maar ik blijf van oordeel dat het openbaar ministerie, hoezeer het ook onder de ministeriële verantwoordelijkheid valt en van die kant aanwijzingen kan verwachten, onderdeel is van de Nederlandse rechterlijke macht. Dat brengt voor de officier van justitie een zelfstandige verplichting mee de rechten en belangen van de verdediging te bewaken. Dat lijkt mij hier uit het oog verloren te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/623b528a3056fce0fb3415e5291249ebc54b42b2afd8340ae1ce7072271bb257. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 623b528a3056fce0fb3415e5291249ebc54b42b2afd8340ae1ce7072271bb257, en de alinea staat in dat document op bytes 11255 tot 12125.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/623b528a3056fce0fb3415e5291249ebc54b42b2afd8340ae1ce7072271bb257 | shasum -a 256