Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 100 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9710.
4.10. Het hof is aan de eerste twee stellingen voorbijgegaan, kennelijk omdat deze niet of onvoldoende in het octrooischrift van [verweerders] onder woorden zijn gebracht. Waar zowel in het Wistar-octrooi als in het octrooi van [verweerders] wordt gesproken van "carcinoembryonic antigen", is niet onbegrijpelijk dat het hof tot het oordeel komt dat de gemiddelde vakman, die van beide documenten kennis neemt en van de verdere stand van de techniek op de hoogte is, zal aannemen dat het in beide octrooischriften om hetzelfde antigeen gaat. In de fase van de verlening van het octrooi hebben [verweerders] ervoor gekozen, het verschil met het antilichaam volgens het Wistar-octrooi uitsluitend aan te geven door middel van de verwijzing naar het molecuulgewicht. Het hof heeft zich dan ook (in rov. 12) gericht op de derde stelling en op de vraag of de gemiddelde vakman met die aanduiding uit de voeten kan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219, en de alinea staat in dat document op bytes 60232 tot 61155.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219 | shasum -a 256