Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9710.

2.1. Het hof heeft, in cassatie onbestreden, overwogen dat art. 103 lid 1 Rijksoctrooiwet 1995 meebrengt dat in dit geding nog de bepalingen van de Rijksoctrooiwet 1910 van toepassing zijn (zie rov. 2). Art. 51 lid 1 onder a van die wet houdt in dat een octrooi nietig wordt verklaard voor zover het octrooi ingevolge (onder meer) de artikelen 52-57 van het Europees Octrooiverdrag (EOV) niet had behoren te worden verleend(5). Van de genoemde artikelen zijn met name van belang: art. 52 lid 1 EOV, inhoudend dat octrooien worden verleend voor uitvindingen die nieuw zijn, op uitvinderswerkzaamheid berusten en vatbaar zijn voor toepassing op het gebied van de nijverheid, art. 54 EOV waarin het vereiste van nieuwheid nader is uitgewerkt en art. 56 EOV waarin het vereiste van inventiviteit nader is uitgewerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219, en de alinea staat in dat document op bytes 13357 tot 14182.