Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9710.
3.12. Bij pleidooi in appel (alinea's 98 - 102) hebben de Roche-vennootschappen inderdaad aangevoerd dat octrooiconclusie nr. 1 niet kan worden "gered" door alsnog daarin op te nemen dat de binding van het antilichaam aan het CEA geheel wordt verhinderd door polyclonaal geiten anti-CEA antiserum: enerzijds omdat deze clausule niet voldoet aan de eis van voldoende kenbaarheid voor de gemiddelde vakman - op die stelling respondeert het hof in rov. 14 - en anderzijds omdat het aldus aan de beschrijving toegevoegde kenmerk niet voldoende is om de vereiste nieuwheid te verzekeren. Aan de steller van het middel kan worden toegegeven dat het woord "onomstreden" in rov. 13 wat schril afsteekt tegen laatstgenoemd verweer. Niettemin valt m.i. wel te begrijpen wat het hof hier heeft bedoeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219, en de alinea staat in dat document op bytes 27059 tot 27864.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219 | shasum -a 256