Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9710.
3.21. Subonderdeel 1.7 klaagt dat onbegrijpelijk is op grond waarvan het hof van oordeel is dat voldaan is aan de vierde maatstaf, nl. dat voor de gemiddelde vakman duidelijk is dat de aanvulling slechts het bestaande octrooi beperkt en niet leidt tot een ander octrooi dan dat waarvan de nietigverklaring wordt gevorderd. Volgens het subonderdeel is hier geen sprake van een beperking, maar van een - door de octrooihouder kennelijk noodzakelijk geachte - verduidelijking van de bedoeling van de "claim". Als een octrooiconclusie een verduidelijking nodig heeft die nog niet uit het octrooischrift kenbaar was, had het hof deze octrooiconclusie niet in stand mogen laten. Ik merk op dat ook dit voorwerp van geschil was in de procedure bij het Bundespatentgericht. Het Bundespatentgericht (blz. 9) heeft de desbetreffende clausulering van octrooiconclusie nr. 1 toelaatbaar geacht als een beperking van de "claim".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219, en de alinea staat in dat document op bytes 39342 tot 40270.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219 | shasum -a 256