Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9710.
3.32. De tweede klacht van dit subonderdeel ("Voor zover het Hof bedoelt enz.") wordt toegelicht met de stelling dat de inhibitietest, zoals bedoeld in de toegevoegde clausule, geen voordeel oplevert: of een antilichaam in klasse III die test nu wel of niet doorstaat, het blijft een antilichaam in klasse III. Voor zover het hof hierin het onderscheid heeft gezien, achten de Roche-vennootschappen dit oordeel onbegrijpelijk. M.i. gaat deze klacht ten onrechte ervan uit dat op de prioriteitsdatum reeds een antilichaam als bedoeld in octrooiconclusie nr. 1 bekend zou zijn en wel: op een zodanige wijze dat de gemiddelde vakman, bekend met de stand van de techniek op de prioriteitsdatum, dit antilichaam zou kunnen (na-)maken. In de redenering van het hof, bestond een dergelijk antilichaam nog niet en is de uitvinding van [verweerders] voldoende inventief. Om deze reden faalt de klacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219, en de alinea staat in dat document op bytes 48882 tot 49787.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219 | shasum -a 256