Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 93 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9710.
4.6. Het uitgangspunt op zich lijkt mij juist: de opsteller van het Wistar-octrooi hoeft niet eens ermee bekend te zijn geweest dat een onderscheid kan worden gemaakt tussen CEA/S en CEA. Dat inzicht kan later zijn verworven. Dat in het Wistar-octrooi van dit onderscheid geen melding wordt gemaakt, is dus niet doorslaggevend voor wat de gemiddelde vakman op de peildatum over dit onderscheid weet. Toch leidt de klacht m.i. niet tot cassatie, omdat zij uitgaat van een onjuiste lezing van de desbetreffende rechtsoverweging. Het is geenszins onbegrijpelijk dat het hof, bij bespreking van het standpunt van [verweerders], is begonnen te onderzoeken wat uit het Wistar-octrooischrift zélf kan worden opgemaakt omtrent het CEA waarvoor het antilichaam van Wistar is ontwikkeld. Inzage van het Wistar-octrooischrift leert dat daarin in algemene zin wordt gesproken over "carcinoembryonic antigen", zonder dat een onderscheid wordt gemaakt tussen CEA en CEA/S. Het is daarom niet verwonderlijk dat het hof feitelijk vaststelt dat in het Wistar-octrooischrift nergens wordt gesuggereerd dat CEA/S iets anders is dan CEA. Het hof opent hiermee zijn beschouwingen, maar heeft het geschilpunt niet beslist uitsluitend op basis van deze vaststelling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219, en de alinea staat in dat document op bytes 56349 tot 57606.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/71b2226a5bcd0bd63ad851f388d7b967b3a997d7544946a0867a32074ddd5219 | shasum -a 256