Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9711.

Bij eindvonnis van 12 maart 1998 heeft de Rechtbank vooropgesteld dat in ieder geval in dit geding vaststaat dat op 1 september 1989 door [eiser] de litigieuze onderhandse akte is opgesteld en getekend. Zij heeft geconcludeerd dat [eiser] niet in het hem opgedragen bewijs is geslaagd gelet op het feit dat de getuigenverklaringen op diverse punten tegenstrijdig zijn. Zij heeft de vordering van [verweerster] toegewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c1afd03020a957259c412bed027da131b33f6dec2423a45ab7bb2ff065e5463. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c1afd03020a957259c412bed027da131b33f6dec2423a45ab7bb2ff065e5463, en de alinea staat in dat document op bytes 10411 tot 10845.