Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9711.

Middelonderdeel 2.4 klaagt dat het Hof niet had mogen overnemen het oordeel van de Rechtbank dat de verklaring van [eiser] dat hij de schuldbekentenis een aantal maanden in de binnenzak van een colbert bij zich heeft gedragen, de zaak nog ongeloofwaardiger maakt gezien de constatering van de Rechtbank dat het desbetreffende stuk er vlekkeloos en geheel ongekreukt uitziet. Deze klacht faalt omdat zij opkomt tegen een overweging die moet worden beschouwd als een overweging ten overvloede nu de Rechtbank in haar door het Hof onderschreven overweging tot de conclusie komt dat de verklaringen van de door [eiser] voorgebrachte getuigen ongeloofwaardig zijn ook afgezien van de ongerijmdheid tussen de verklaring van [eiser] omtrent de plaats waar de schuldbekentenis is bewaard en de staat waarin het desbetreffende stuk zich bevindt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c1afd03020a957259c412bed027da131b33f6dec2423a45ab7bb2ff065e5463. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c1afd03020a957259c412bed027da131b33f6dec2423a45ab7bb2ff065e5463, en de alinea staat in dat document op bytes 20590 tot 21439.