Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9712.

28) De belangrijkste klacht van het incidentele middel - namelijk die van onderdeel 2, die overigens ook zijn weerslag heeft op onderdeel 1.2 - begrijp ik aldus, dat het Hof ten onrechte aan art. 7A:1599 BW heeft ontleend dat bij gebreke van een beschrijving van het gehuurde een vermoeden ten nadele van de huurder geldt dat het huurobject hem in goede staat ter beschikking is gesteld, zodat de bewijslast ten aanzien van eventueel bij de ter beschikking stelling aanwezige gebreken op de huurder rust. Volgens het middel zou dit alleen het geval zijn ten aanzien van gebreken ten aanzien waarvan de huurder onderhoudsplichtig is (dus de gebreken die tot de "geringe en dagelijksche reparatiën" van art. 7A:1619 BW aanleiding geven en de door de huurder en de zijnen veroorzaakte gebreken). Voor overige gebreken - dat zijn dus gebreken die gedurende de huurtijd voor rekening van de verhuurder komen - zou art. 7A:1599 BW geen regeling beogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad3779376082e6d5dbe06732d1b3cf6efd308505d982ac3c702499108ac03170. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad3779376082e6d5dbe06732d1b3cf6efd308505d982ac3c702499108ac03170, en de alinea staat in dat document op bytes 28187 tot 29147.