Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9716.

3.2 Het bestreden arrest kan naar mijn mening slechts in zoverre met een uitleg en toepassing van het begrip fraude in verband worden gebracht, dat het hof daarin (in rov. 2.2 in fine) is ingegaan op door [verzoeker] aangevoerde omstandigheden die zijn handelen, dat op zichzelf frauduleus was, volgens [verzoeker] zouden kunnen rechtvaardigen. Kennelijk is het cassatiemiddel dan ook gericht tegen het slot van rov. 2.2, waar het hof heeft geoordeeld dat in het licht van de gedingstukken onaannemelijk is dat [verzoeker] zich door een onterechte sluiting van zijn depot genoodzaakt zag tot frauduleuze handelingen over te gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/890fa7c7c3215eb1c892285f0602d7bb0a3cd336d5fa4ebe675ee1dcbf1d1766. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 890fa7c7c3215eb1c892285f0602d7bb0a3cd336d5fa4ebe675ee1dcbf1d1766, en de alinea staat in dat document op bytes 12724 tot 13367.