Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9716.

3.3 Voor zover het middel inderdaad tegen het slot van rov. 2.2 is gericht, mist de daarin vervatte klacht van een onjuiste toepassing van het begrip fraude feitelijke grondslag. Het oordeel van het hof aan het slot van rov. 2.2 steunt immers niet op een bepaalde (rechts)opvatting of toepassing van het begrip fraude, maar op de onaannemelijkheid van de omstandigheden die [verzoeker] ter rechtvaardiging van zijn handelen heeft aangevoerd. Het aangevochten oordeel impliceert niet dat het begrip fraude aldus moet worden opgevat en toegepast, dat daarvan ook dan sprake zou zijn, als de bedoelde omstandigheden zich inderdaad hebben voorgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/890fa7c7c3215eb1c892285f0602d7bb0a3cd336d5fa4ebe675ee1dcbf1d1766. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 890fa7c7c3215eb1c892285f0602d7bb0a3cd336d5fa4ebe675ee1dcbf1d1766, en de alinea staat in dat document op bytes 13387 tot 14046.