Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9716.

3.4 Over het oordeel van het hof dat de bedoelde omstandigheden onaannemelijk zijn, klaagt [verzoeker] in cassatie niet. Dit oordeel is overigens niet onbegrijpelijk. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft de raadsman van [verzoeker] benadrukt dat "(h)et nieuwe feit bij dit tweede verzoek (...) niet zozeer de vaststellingsovereenkomst (is), maar de omstandigheid dat inmiddels duidelijk is geworden hoe de zaak in elkaar zit". Vervolgens heeft de raadsman van [verzoeker] erop gewezen "dat de directeur van de bank waar cliënt werkzaam was, op een vrije manier met rekeningen (is) omgesprongen" en "zijn medewerkers (...) (heeft) laten werken met beleggingsrekeningen op hun eigen naam, die door deze directeur op een zeker moment zijn gesloten, waardoor cliënt ten onrechte met een enorme schuld op zijn eigen naam bleef zitten." Ten slotte heeft de raadsman van [verzoeker] aangevoerd dat [verzoeker] nooit geld in eigen zak heeft gestoken. Naar aanleiding daarvan heeft het hof gewezen op de vaststellingsovereenkomst waarin is opgenomen dat [verzoeker] frauduleuze handelingen heeft verricht en dat hij zulks in een gesprek met een medewerker van de activiteit Crisismanagement & fraudebestrijding van Rabobank Nederland heeft toegegeven(5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/890fa7c7c3215eb1c892285f0602d7bb0a3cd336d5fa4ebe675ee1dcbf1d1766. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 890fa7c7c3215eb1c892285f0602d7bb0a3cd336d5fa4ebe675ee1dcbf1d1766, en de alinea staat in dat document op bytes 14066 tot 15350.