Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9786.
4.7. Ik bedoel dit: het gaat hier om een puur feitelijk geschil dat erom vraagt in der minne te worden geschikt. De Inspecteur heeft niet voor niets in de bezwaarfase een schikkingsvoorstel gedaan. De gemachtigde kon en moest verwachten dat het Hof daarbij zou aansluiten en op zijn beurt een schikking zou beproeven. De manier waarop het Hof dat heeft gedaan, als verwoord in de beroepschriften in cassatie, overschrijdt de grenzen der behoorlijkheid niet.(23) Volstrekt begrijpelijk is dat het Hof een beetje druk op de ketel zet en preludeert op een mogelijk ongunstige beslissing voor belanghebbenden; anders komt er nooit een compromis tot stand. Voorwaarde is natuurlijk wel dat de rechter steeds de normale beleefdheidsvormen in acht neemt en op geen enkele manier de schijn mag wekken partijdig te zijn. Uit het in cassatie gehouden betoog kan ik echter niet opmaken dat te dezen niet aan die voorwaarde is voldaan en dat de gemachtigde niet in volle vrijheid kon beslissen het compromisvoorstel al dan niet te aanvaarden.(24) Hetzelfde geldt voor de proceskosten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc9908e620005f369a4151a5f4b2a571d2344773f5aac49a54bcfc5c16db4e22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc9908e620005f369a4151a5f4b2a571d2344773f5aac49a54bcfc5c16db4e22, en de alinea staat in dat document op bytes 36493 tot 37578.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc9908e620005f369a4151a5f4b2a571d2344773f5aac49a54bcfc5c16db4e22 | shasum -a 256