Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9786.
De leden van de PvdA-fractie vragen of de Nederlandse praktijk, waarin alleen het dictum wordt voorgelezen, of niets wordt voorgelezen, maar partijen in het bezit worden gesteld van de openbare uitspraak, in overeenstemming is met de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Zij vragen vervolgens of deze praktijk niet zijn neerslag dient te krijgen in dit artikel. Artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) bepaalt dat de uitspraak in het openbaar moet worden gewezen. Volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens moet deze bepaling niet zo worden geïnterpreteerd dat zij de rechter verplicht tot het voorlezen van de uitspraak. (...). De rechtspraak van het Europees Hof legt er de nadruk op dat het nationale recht voldoende verzekert dat publiek en partijen toegang hebben tot uitspraken. Dit kan bereikt worden door het voorlezen van een uitspraak, maar eveneens door neerlegging ter griffie, publicatie en toezending op verzoek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc9908e620005f369a4151a5f4b2a571d2344773f5aac49a54bcfc5c16db4e22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc9908e620005f369a4151a5f4b2a571d2344773f5aac49a54bcfc5c16db4e22, en de alinea staat in dat document op bytes 20602 tot 21686.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc9908e620005f369a4151a5f4b2a571d2344773f5aac49a54bcfc5c16db4e22 | shasum -a 256