Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003

Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AG2077.

23. In 's Hofs oordeel ligt besloten dat de ingewikkeldheid van de zaak - waarop, naar het Hof heeft vastgesteld, de uitkomst van ontnemingszaken ten aanzien van mededaders van veroordeelde mede van invloed was - een grote rol heeft gespeeld bij de beantwoording van de vraag of de redelijke termijn is overschreden. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen de stellingname in hoger beroep van de raadsman dat de complexiteit van de zaak niet kan worden ontkend. Tevens ligt in 's Hofs oordeel besloten dat het Hof de voortgang in de ontnemingszaak mede heeft laten afhangen van de voortgang in de hoofdzaak tegen veroordeelde. Dit stond het Hof vrij, gelet op de hiervoor weergegeven uitspraak 9 januari 2001, NJ 2001, 307 m.nt. JdH, rov. 3.9. Tegen deze achtergrond is 's Hofs oordeel dat de tijd die is verstreken tussen het vonnis in eerste aanleg d.d. 14 mei 1996 en de laatste behandeling ter terechtzitting van het Hof op 10 mei 1999 niet meebrengt dat de redelijke termijn is overschreden niet onbegrijpelijk, geeft het geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en behoeft het evenmin nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa5ce69d14c0b8ce1583c6bec081f7fe9fcca89d912ae58b27af199789b23e85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa5ce69d14c0b8ce1583c6bec081f7fe9fcca89d912ae58b27af199789b23e85, en de alinea staat in dat document op bytes 25238 tot 26443.