Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AG2077.
24. Anders dan in een strafzaak is in de wet voor een ontnemingszaak geen termijn bepaald waarbinnen na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting uitspraak moet worden gedaan (art. 511g lid 2, onder e, jo. 511e lid 1, onder b, Sv). Dit heeft er in het onderhavige geval toe geleid dat het Hof uitspraak heeft gedaan twee jaar en vier maanden na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting. Deze periode heeft het Hof niet betrokken in zijn oordeel over de vraag of de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden. Kennelijk vloeit dat voort uit de omstandigheid dat het beroep op overschrijding van de redelijke termijn betrekking had op de periode tussen het wijzen van het vonnis in eerste aanleg en de behandeling van de zaak ter terechtzitting van het Hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa5ce69d14c0b8ce1583c6bec081f7fe9fcca89d912ae58b27af199789b23e85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa5ce69d14c0b8ce1583c6bec081f7fe9fcca89d912ae58b27af199789b23e85, en de alinea staat in dat document op bytes 26463 tot 27248.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa5ce69d14c0b8ce1583c6bec081f7fe9fcca89d912ae58b27af199789b23e85 | shasum -a 256