Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AG3813.
6. In het algemeen wordt aangenomen dat het opzet slechts betrekking heeft op alle bestanddelen die na het opzetvereiste in de delictsomschrijving zijn opgenomen (H.J. Smidt, Geschiedenis van het Wetboek van Strafrecht, 1881, p. 72, r.k., De Hullu, Materieel strafrecht, 2000, p. 207). Voor het onderhavige geval zou dat betekenen dat geen opzet op de openbaarheid is vereist. Deze opvatting verwoordt Van der Neut in Discriminatie en strafrecht, 1986, p. 66. Ik meen echter dat enige vorm van bewustheid aangaande het bestanddeel 'in het openbaar' noodzakelijk is, en meen voor deze opvatting steun te vinden in de hierna te bespreken jurisprudentie over art. 137d Sr en art. 266 Sr.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312, en de alinea staat in dat document op bytes 6750 tot 7447.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312 | shasum -a 256