Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AG3813.

7. In art. 137d Sr komt het woord 'opzettelijk' niet voor. Opzet ligt evenwel besloten in de delictshandeling 'aanzetten'. Nu de woorden 'in het openbaar' aan het woord 'aanzetten' voorafgaan, zou men op grond van de hierboven genoemde algemene regel moeten aannemen dat opzet op de openbaarheid niet is vereist (zie T&C art. 137d Sr, aant. 7). Uit het arrest van 29 mei 2001, NJ 2001, 694, m.nt. DHdJ kan worden afgeleid dat voor het in het openbaar aanzetten tot haat, discriminatie of geweld als bedoeld in art. 137d Sr enigerlei vorm van bewustheid is vereist ten aanzien van de omstandigheid dat de uitlatingen in het openbaar zijn gedaan. In deze zaak oordeelde de Hoge Raad dat de verklaring van verdachte - die als voorzitter van CP'86 een toespraak op een vergadering van die partij hield, inhoudende onder meer dat hij "enkele personen van de pers herkende, maar er niet bij stil heeft gestaan", en waarvan het cassatiemiddel bestreed dat deze laatste zinsnede redengevende kracht had - zo moet worden verstaan dat vanaf dat moment het voorwaardelijk opzet op het doen van de uitlatingen in het openbaar bewijsbaar aanwezig was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312, en de alinea staat in dat document op bytes 7486 tot 8642.