Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AG3813.

8. Het komt mij voor dat uit het voorgaande de conclusie kan worden getrokken dat enigerlei vorm van bewustheid ten aanzien van de openbaarheid in de delictsomschrijving van art. 137d Sr moet worden ingelezen. Waarom zou dat niet tenminste voorwaardelijk opzet mogen zijn?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312, en de alinea staat in dat document op bytes 9113 tot 9399.