Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AG3813.

12. In de zevende druk van NLR echter stelt Van Dorst dat dit iets te ver gaat (aant. 6 op art. 131). Hij meent dat wanneer bijvoorbeeld het rumoer zo hevig is dat de spreker door het publiek niet te verstaan is, zijn machteloos trachten om zich verstaanbaar te maken niet onder 'in het openbaar opruien' valt, maar slechts een poging daartoe is. Voorts merkt hij op dat opruiing door een vooraf gereed gemaakt geschrift pas kan zijn voltooid, wanneer het geschrift onder het publiek is gebracht. Het schrijven is nog geen strafbare opruiing wanneer het zodanig geschiedt dat men niet kan zeggen dat het in het openbaar plaats vindt. Steun voor deze door mij onderschreven opvatting, biedt HR NJ 2002, 421. In deze zaak kon het hof uit de verklaring van verdachte, dat hij blij was met de publiciteit rond zijn redevoering, afleiden dat de redevoering ook daadwerkelijk was openbaar gemaakt. Ik meen dat hetzelfde moet gelden voor art. 137c Sr: van strafbare belediging als hier bedoeld is sprake wanneer de beledigende uitlating is openbaar gemaakt. Of iemand daadwerkelijk naar de uitzending heeft geluisterd doet uiteraard niet ter zake. Wel, of door een storing in de zendmast het desbetreffende gedeelte van de tape niet is uitgezonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312, en de alinea staat in dat document op bytes 11910 tot 13165.