Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AG3813.
13. De consequentie van het niet per definitie samenvallen van uiting en openbaarmaking is dat delicten van deze categorie(ën) pas met openbaarmaking of openbaarheid worden voltooid, en dat zich tussen uiting en openbaarmaking het gebied van de strafbare poging kan bevinden. De uiting is in deze opvatting het begin van uitvoering, terwijl de voltooiing van het delict al dan niet door omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk kan uitblijven. Van de wil van de dader onafhankelijk is het door Van Dorst beschreven geval van het rumoer waardoor de beledigende uiting onverstaanbaar is, of mijn voorbeeld van de storing in de zendmast. Van de wil afhankelijk is het geval van de opruiende brief die door de dader zelf niet is verzonden. Het komt mij voor dat men de dader niet de ruimte kan ontzeggen om te verhinderen dat zijn uiting in de openbaarheid komt. Anders zou hier de pogingsvariant van het délit manqué gelden (zie HRS 15e, p. 391), en dat lijkt mij niet gerechtvaardigd voor degene die moeite doet om het laatste wettelijke bestanddeel, de openbaarheid, niet in vervulling te doen gaan. Ik wijs ook op het delict meineed, dat niet is voltooid door het enkele uitspreken van leugens. Er is gelegenheid voor vrijwillig terugtreden, waardoor de strafbaarheid komt te vervallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312, en de alinea staat in dat document op bytes 13185 tot 14498.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312 | shasum -a 256