Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AG3813.
26. Om te kunnen beoordelen of van opzet op openbaarheid sprake was, moet worden nagegaan of zowel het kennis- als het wilselement bij verzoekster aanwezig was. Voor wat betreft het kenniselement kan ik kort zijn: uit de bewijsmiddelen volgt dat verzoekster wist dat het om een in het openbaar uit te zenden vraaggesprek ging en derhalve wist dat wat zij zou zeggen in beginsel openbaar zou worden gemaakt (de psychische component). Ook op grond van menselijke ervaringsregels kan worden vastgesteld dat wanneer iemand een beledigende uitlating doet ten overstaan van een journalist, wetende dat het om een in het openbaar uit te zenden vraaggesprek gaat, hij weet dat deze beledigende uitlating uitgezonden kan worden (de normatieve component; zie ook NLR art. 137c Sr, aant. 6, waar wordt opgemerkt dat van opzet op de openbaarheid van beledigende uitlatingen sprake zal zijn wanneer de uitlatingen zijn gedaan tegenover of in aanwezigheid van een journalist die deze vervolgens publiceert, omdat de normale gang van zaken is dat die uitlatingen in de pers komen zodat men daarmee rekening moet hebben gehouden).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312, en de alinea staat in dat document op bytes 22055 tot 23183.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312 | shasum -a 256