Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AG3813.

28. De volgende vraag is dan in hoeverre van belang is dat verzoekster geen opzet meer had op de openbaarheid van haar uitlating nadat ze deze ten overstaan van een journalist had gedaan. In de visie van het hof heeft verzoekster alles gedaan wat van haar kant nodig was om het delict te voltooien. Het hof stelt zich ten aanzien van het moment van voltooiing van het delict op hetzelfde standpunt als Noyon bij de opruiing van art. 131 Sr. Zoals boven (in 12) reeds aangegeven wordt dit standpunt niet door recente literatuur en rechtspraak ondersteund.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312, en de alinea staat in dat document op bytes 24228 tot 24796.