Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AG3813.

30. In het oordeel van het hof ligt besloten dat niet van belang is dat verzoeksters opzet direct na het doen van de uitlating niet (meer) gericht was op de openbaarheid daarvan. Ik begrijp het oordeel van het hof aldus, dat nu geen algemeen correctierecht bestaat en verzoekster niet voorafgaand aan het interview een correctierecht was overeengekomen, voor het vaststellen van verzoeksters opzet op openbaarheid slechts van belang is het moment waarop de uitlating werd gedaan en niet de context waarin deze werd gedaan. Dit oordeel acht ik onbegrijpelijk. De omstandigheden dat geen sprake is van een algemeen correctierecht - waarop ik overigens later terugkom - en dat verzoekster in concreto geen correctierecht is overeengekomen, kunnen mijns inziens niet de geestesgesteldheid van verzoekster (namelijk dat zij niet wilde dat haar uitlating openbaar werd gemaakt) zomaar opzij zetten, te meer nu verzoekster direct èn duidelijk te kennen heeft gegeven dat haar opzet niet op openbaarheid was gericht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312, en de alinea staat in dat document op bytes 26560 tot 27583.