Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003
Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AG3813.
40. Wel wil ik hier kwijt dat ook ik mij de (feitelijke) vraag heb gesteld waarom het hof de zaak heeft aangehouden omdat hij het in het belang van het onderzoek noodzakelijk vond dat een transcriptie werd gemaakt van de moederband, waarop het gehele op 2 februari 1999 opgenomen interview stond (inclusief het volgens verzoekster gedane verzoek de uitlating niet uit te zenden) om vervolgens, toen bleek dat de band inmiddels was vernietigd en een transcriptie niet beschikbaar was, tot een bewezenverklaring te komen op grond van de omstandigheid dat verzoekster na het doen van de uitlating daarop niet meer terug kon komen. Dat oordeel impliceert immers dat voor de bewezenverklaring niet van belang is of uit de transcriptie van de moederband kon blijken dat verzoekster de journalist had verzocht de uitlating niet uit te zenden, terwijl het hof de zaak eerder juist had aangehouden omdat het noodzakelijk was om dat te onderzoeken!
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312, en de alinea staat in dat document op bytes 32733 tot 33684.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/feaee921846dab25ac87868de40f939d7125d1ea49d99c213b8ef7ed0716c312 | shasum -a 256