Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AH8597.
8. De eerste klacht, schending van art. 31 WOTS, valt uiteen in drie onderdelen: (1) de rechtbank zou bij de strafoplegging te veel rekening hebben gehouden met de opvattingen daarover in Frankrijk en dus niet de straf hebben opgelegd die op het overeenkomstige feit naar Nederlands recht is gesteld, (2) de rechtbank zou ten onrechte de persoonlijke omstandigheden van verzoeker, zoals ter terechtzitting naar voren gebracht, geen rol hebben laten spelen bij de straftoemeting, en (3) door te overwegen dat verzoeker uitsluitend uit eigen winstbejag heeft gehandeld en zich niets gelegen heeft laten liggen aan de nadelige gevolgen voor het individu en de samenleving zou de rechtbank in strijd met het bepaalde in art. 28, derde lid, WOTS, in een nieuw onderzoek naar de door de buitenlandse rechter vastgestelde feiten zijn getreden, waardoor de strafmotivering onbegrijpelijk zou zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c91cbd1b3bf297e809af4b0e5c0bca623367840e3820022aa4f160488350299. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c91cbd1b3bf297e809af4b0e5c0bca623367840e3820022aa4f160488350299, en de alinea staat in dat document op bytes 10579 tot 11481.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c91cbd1b3bf297e809af4b0e5c0bca623367840e3820022aa4f160488350299 | shasum -a 256