Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AH8968.

2.5. De lijn is verder doorgetrokken in HR 18 februari 1998, nr. 32.055, BNB 1998/177. Dit arrest betrof de heffing van inkomstenbelasting van (de weduwe van) een gewezen directeur/groot-aandeelhouder van een BV. De man had zijn aandelen verkocht en in verband daarmee om niet afstand gedaan van zijn pensioen- en lijfrenteaanspraken jegens de BV. De Belastingdienst had de stelling verdedigd dat de persoon in kwestie, door het prijsgeven van zijn rechten op pensioen en lijfrente, inkomsten als bedoeld in artikel 31 Wet IB 1964 heeft genoten. De Hoge Raad wees de zienswijze van de fiscus af, maar gaf tevens te kennen dat de vrijval van de verplichtingen bij de BV belastbare winst vormt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd0e36e8dd71f28a4ca16156dbf08f721822e96d76f0bdd259651438e091bced. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd0e36e8dd71f28a4ca16156dbf08f721822e96d76f0bdd259651438e091bced, en de alinea staat in dat document op bytes 15019 tot 15724.