Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AH8968.

3.7. Waarom het eerste lid van artikel 25b in een situatie als in deze procedures aan de orde is ook door het tweede lid wordt uitgeschakeld, is me eerlijk gezegd niet duidelijk. De wetgever wilde voorkomen dat een belastingplichtige die zelf een 'tijdelijke gerechtigdheid' heeft vervreemd en daarvoor is belast, niet daarenboven een forfaitair rendement op zijn onroerende of roerende zaak in aanmerking moet nemen. Dat zou immers een dubbele belastingheffing opleveren. Maar bij A zou een dubbele belastingheffing als hier bedoeld zich niet voordoen, omdat hij de huurtermijnen om niet heeft overgedragen voordat artikel 31, lid 5, Wet IB 1964 in werking is getreden. Artikel 25b, lid 2, onderdeel a, lijkt me daarom eigenlijk een te ruime werkingssfeer te hebben, of - wat op hetzelfde neerkomt - artikel 81, lid 2, een te beperkte werkingssfeer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd0e36e8dd71f28a4ca16156dbf08f721822e96d76f0bdd259651438e091bced. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd0e36e8dd71f28a4ca16156dbf08f721822e96d76f0bdd259651438e091bced, en de alinea staat in dat document op bytes 22196 tot 23060.