Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AH8968.

4.5. Middel 3 bevat de klacht dat het Hof ten onrechte eraan is voorbijgegaan dat A op grond van artikel 26b, lid 1, Wet IB 1964 vanaf 1 januari 1996 een forfaitair rendement uit het verhuurde bedrijfspand tot zijn belastbare inkomen diende te rekenen. Volgens het middel heeft het oordeel van het Hof ten gevolge dat een dubbele belastingheffing ontstaat: belanghebbende mag niet afschrijven op het door haar verworven recht op de huurtermijnen, terwijl A voor een forfaitaire huur wordt belast. Ter voorkoming van misverstand merk ik hierbij op dat belanghebbende voor het Hof niet heeft gesteld dat A over jaren vanaf 1996 daadwerkelijk in de inkomstenbelasting is betrokken ter zake van een forfaitair rendement uit het pand. Ook overigens is dit laatste in de procedures voor het Hof niet gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd0e36e8dd71f28a4ca16156dbf08f721822e96d76f0bdd259651438e091bced. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd0e36e8dd71f28a4ca16156dbf08f721822e96d76f0bdd259651438e091bced, en de alinea staat in dat document op bytes 26395 tot 27211.