Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003

Alinea 175 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AH9922.

9.7 De meer inhoudelijke overwegingen van het hof waren dus eigenlijk niet nodig geweest. Ik zal ze toch bespreken. De stellers van het middel achten de overwegingen onbegrijpelijk, omdat de verstrekte informatie bezwaarlijk op andere feiten dan die verdachte in Nederland ten laste zijn gelegd, zou kunnen zien. Dit onderdeel berust op een verkeerde lezing van de overwegingen van het hof. Het hof heeft slechts aangegeven dat de informatie niet is verstrekt ten behoeve van het Nederlandse onderzoek tegen verdachte. Op de vraag van de stellers van het middel in het kader van welk onderzoek de informatie dan wel is verstrekt kan ik kort zijn: het onderzoek naar de gewelddadige dood van [betrokkene 5] te Istanbul. Daarbij waren immers vermoedelijk meer personen betrokken. Dat in Turkije naar die moord onderzoek werd gedaan lijkt mij vanzelfsprekend. Dat de door Nederland aan Turkije verstrekte informatie ertoe kan hebben geleid dat daardoor in Turkije ten aanzien van verdachte belastend materiaal is verkregen, doet evenmin af aan 's hofs beslissing. Dan geldt immers dat Nederland middels een rechtshulpverzoek aan Turkije de beschikking over die informatie kan krijgen. Blijkens de stukken is er door Nederland verscheidene malen een rechtshulpverzoek aan Turkije gedaan. Het oordeel van het hof getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af91388d2bfe6d4c6293217d6140527cc28157e8d09da620f179ecb95fe1bf53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af91388d2bfe6d4c6293217d6140527cc28157e8d09da620f179ecb95fe1bf53, en de alinea staat in dat document op bytes 101675 tot 103073.