Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AH9998.

17. Sinds HR NJ 1985, 822 en HR NJ 1988, 155 wees de rechtspraak uit dat de combinatie van een binnentredingsbevoegdheid en een ruim geformuleerde inbeslagnemingsbevoegdheid, gegeven in het eerste, respectievelijk het derde lid van art. 9 Ow, niet de bevoegdheid oplevert om een huiszoeking uit te voeren. Onder een huiszoeking is te verstaan: een stelselmatig en gericht onderzoek naar de aanwezigheid van voor inbeslagneming vatbare voorwerpen. Of het in een woning op grond van art. 9 Ow ingestelde onderzoek neerkomt op een (onbevoegd uitgevoerde) huiszoeking is afhankelijk van in onderling verband te beoordelen factoren als de duur van het onderzoek, de plaats (in de woning) waar het inbeslaggenomene is aangetroffen, de aard van het strafbare feit waaromtrent verdenking bestaat, en de wijze waarop het onderzoek in de woning is uitgevoerd, waarbij belang toekomt aan de vraag of afgesloten ruimten of bergplaatsen zijn opengebroken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0459ee33035b4f4e6da3c040da704cd1bdaffe759bf4274bd715ed4b02046591. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0459ee33035b4f4e6da3c040da704cd1bdaffe759bf4274bd715ed4b02046591, en de alinea staat in dat document op bytes 15691 tot 16646.