Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AH9998.

22. Daarmee is overigens nog niet gezegd dat het beroep op bewijsuitsluiting ten onrechte van de hand is gewezen. Zo de Hoge Raad de strekking van deze conclusie kan volgen, zal de verwijzingsrechter moeten vaststellen in hoeverre verzoeker door de bevoegdheidsoverschrijding in zijn belangen is geschaad, waarbij, dunkt mij, aan de orde zal kunnen komen hoe waarschijnlijk het is dat de hennepkwekerij ook bij een juiste toepassing van art. 9 Ow zou zijn gevonden, bijvoorbeeld door de aanwezige huisgenote of, na diens thuiskomst, verzoeker te vragen de afgesloten zolderdeur te openen, dan wel de officier van justitie (gelet op art. 67, eerste lid, aanhef en onder b, Sv in verband met art. 11, tweede lid, Ow) te doen beoordelen of er aanleiding was voor toepassing van art. 97 Sv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0459ee33035b4f4e6da3c040da704cd1bdaffe759bf4274bd715ed4b02046591. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0459ee33035b4f4e6da3c040da704cd1bdaffe759bf4274bd715ed4b02046591, en de alinea staat in dat document op bytes 21641 tot 22441.