Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0034.

4. Dit betoog stoelt op hetgeen is overwogen in HR 25 maart 2003, griffienr 00458/02 en HR 25 maart 2003, griffienr 02664/01. De desbetreffende overwegingen uit laatstgenoemd arrest worden in de toelichting op het middel aangehaald, zij het dat de laatste daarbij behorende volzin is weggelaten. Het is aanstonds duidelijk dat het middel niet kan slagen in verband met hetgeen is overwogen in die door de stellers van het middel niet weergegeven laatste volzin. Niettemin ga ik wat dieper op die overwegingen in, aangezien ik onlangs vernam dat bij de Hoven wordt ervaren dat verdedigers in strafzaken uit HR 25 maart 2003, griffienr 02664/01 afleiden dat de Hoge Raad aan het zogenaamde voorwaardelijk opzet (aanzienlijk) strengere bewijseisen stelt dan voorheen het geval was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8965d0d50e4eb529258e95f75825681c3c047b7bb669754b2b6b855c03c4ef93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8965d0d50e4eb529258e95f75825681c3c047b7bb669754b2b6b855c03c4ef93, en de alinea staat in dat document op bytes 6103 tot 6894.