Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0034.

11. Naar mijn inzicht mag aan de hier bedoelde zinsnede geen verdergaande betekenis toegekend worden. Met name zal daaruit niet afgeleid mogen worden dat "de aard van het gevolg" bij de vaststelling van voorwaardelijk opzet in het geheel niet van belang kan zijn. Praktisch gesproken lijkt het mij niet doenlijk om bij de waardering van de kans dat het verboden gevolg zal intreden de aard van de gedraging (en de omstandigheden waaronder die is begaan) los te maken van de aard van dat verboden gevolg. Een harde vuistslag in het gelaat schept naar ervaringsregels een ander en groter risico op blijvend letsel dan een harde trap tegen een been. Verwijzend naar de casuspositie die in het hier besproken arrest van de Hoge Raad naar voren kwam: de aard van het gevolg (de dood) bracht mee dat de voorzienbare causaliteit met de gedraging niet mocht worden vastgesteld. Maar het lijkt mij geenszins ondenkbaar dat onder dezelfde omstandigheden wèl een voorzienbaar, concreet, verband wordt gelegd tussen die gedraging en het optreden van zwaar lichamelijk letsel, namelijk een besmetting met het HIV-virus. Dan wijst de aard van dat gevolg, in samenhang met de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder die is begaan, uit dat er een aanmerkelijke kans op het verboden resultaat is veroorzaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8965d0d50e4eb529258e95f75825681c3c047b7bb669754b2b6b855c03c4ef93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8965d0d50e4eb529258e95f75825681c3c047b7bb669754b2b6b855c03c4ef93, en de alinea staat in dat document op bytes 13732 tot 15050.