Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0034.

13. Na deze opmerkingen kom ik tot beoordeling van de nu opgeworpen klacht. Daarover kan ik kort zijn. De klacht faalt, als gezegd, in verband met de overweging uit het zo-even besproken arrest die de stellers van het middel niet hebben weergegeven: bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het ervoor gehouden kan worden dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het intreden ervan heeft aanvaard, tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen die tot een ander oordeel nopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8965d0d50e4eb529258e95f75825681c3c047b7bb669754b2b6b855c03c4ef93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8965d0d50e4eb529258e95f75825681c3c047b7bb669754b2b6b855c03c4ef93, en de alinea staat in dat document op bytes 16033 tot 16613.