Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0261.
Eventueel voor [eiser] ontstane erfdienstbaarheden met betrekking tot de aanbouw zijn niet vervallen door de afbraak van de nieuwe aanbouw; derhalve dient het Hof dit nader te onderzoeken, daarbij rekening houdend met de situatie dat de nieuwe aanbouw nog bestond. Vooropgesteld moet worden dat een over de perceelsgrens aan een pand gebouwde aanbouw die krachtens art. 3:4 BW door horizontale natrekking als bestanddeel van dat pand moet worden aangemerkt, weliswaar in zijn geheel eigendom is van de eigenaar van dat pand, doch dat die eigenaar van de aanbouw daarmee nog niet het recht heeft verworven die aanbouw daar geplaatst te houden. Gelet op art. 5:1 BW kan de eigenaar in beginsel verwijdering van zo'n aanbouw verlangen, tenzij door afspraak of tijdsverloop voor de eigenaar van de aanbouw het recht is ontstaan die aanbouw daar geplaatst te houden of door de rechter op de voet van art. 5:54 BW dit recht desgevorderd is toegekend; dat laatste kan alleen - aldus art. 5:54 - ingeval de eigenaar van de aanbouw door de verwijdering onevenredig veel zwaarder wordt benadeeld dan de eigenaar van het bebouwde perceel door handhaving van de aanbouw. De stelling van [eiser] dat ter zake van de uitbouw voorzover deze op perceel [1] stond, een erfdienstbaarheid is ontstaan gaat reeds niet op omdat zijn voorganger ([betrokkene 3]) - die de nieuwe aanbouw oprichtte en vervolgens in de totale uitbouw ging wonen - eigenaar was van perceel [1], zodat niet gezegd kan worden dat deze voorganger een erfdienstbaarheid bezat in de zin van art. 5:72 juncto art. 3:108 BW; als eigenaar van perceel [1] was hij immers gerechtigd op zijn eigen perceel een aanbouw op te richten en kon hij zich niet tevens als beperkt gerechtigde gedragen; het gebruik van de aanbouw door [betrokkene 3] draagt dus niet bij aan de noodzakelijke duur van 10 jaar. Dit is weliswaar anders voor de tijd nadat [betrokkene 3] perceel [2] had geleverd aan [verweerder], te weten op 6 oktober 1993, maar nadien zijn geen tien jaar verstreken. De gevorderde verklaring voor recht dat ten aanzien van de uitbouw een erfdienstbaarheid is ontstaan zal derhalve ook in haar subsidiaire vorm moeten worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/308d736a6b40870c5841b59855659f92217f66a9a37a91d0ead651f8876ff958. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 308d736a6b40870c5841b59855659f92217f66a9a37a91d0ead651f8876ff958, en de alinea staat in dat document op bytes 16416 tot 18615.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/308d736a6b40870c5841b59855659f92217f66a9a37a91d0ead651f8876ff958 | shasum -a 256