Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0261.

In rechtsoverweging 4.14 heeft het Hof de grieven 4 en 14 behandeld. Deze grieven hielden in dat de Rechtbank heeft miskend dat [verweerder] grensoverschrijdend heeft gesloopt en dat de Rechtbank aldus ten onrechte de veroordeling van [verweerder] tot schadevergoeding niet heeft laten uitstrekken tot de schade voortvloeiend uit de sloop van het gedeelte van de nieuwe aanbouw dat - anders dan de Rechtbank oordeelde - aan [eiser] toebehoort. Het Hof heeft - anders dan de Rechtbank, die uitging van een grensoverschrijding van 30 centimeter - vastgesteld dat de perceelsgrens de nieuwe aanbouw doorsneed; het heeft voorts vastgesteld dat [verweerder] inderdaad - anders dan de Rechtbank aannam - grensoverschrijdend heeft gesloopt en ook schade heeft toegebracht aan het gedeelte van de uitbouw dat op perceel [2] stond. Het heeft evenwel geoordeeld dat [eiser] - zelfs ingeval hij door natrekking eigenaar van de uitbouw zou zijn geworden - in redelijkheid geen vergoeding kan verlangen ter zake van schade aan de uitbouw, een oordeel dat in cassatie verder niet wordt bestreden, om vervolgens te concluderen dat dit alleen anders ligt ter zake van de - door de Rechtbank reeds toegewezen - schade aan het door [eiser] op perceel [2] zelf uitgeoefende slagersbedrijf. Van een reformatio in peius is aldus geen sprake en evenmin van een onbegrijpelijke uitleg van het vonnis van de Rechtbank. De klacht over de onbegrijpelijke uitleg ziet eraan voorbij dat de Rechtbank bij de toewijzing van de schade veroorzaakt door de onrechtmatige eigenrichting, ervan is uitgegaan dat [verweerder] slechts tot aan de kadastrale grens heeft gesloopt en dat de vierde en veertiende appelgrief daartegen expliciet zijn opgekomen. Overigens merk ik nog op dat het Hof zich slechts heeft uitgesproken over vergoeding van de schade ter zake van de eigenmachtig door [verweerder] gesloopte uitbouw voorzover deze op perceel [2] stond en dat - anders dan in de schriftelijke toelichting van [eiser] wordt betoogd - de eventuele (dreigende) schade die als gevolg van het eigenmachtig (en onoordeelkundig) optreden van [verweerder] c.s. is toegebracht aan de opstallen van [eiser] nog onverminderd kan worden toegewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/308d736a6b40870c5841b59855659f92217f66a9a37a91d0ead651f8876ff958. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 308d736a6b40870c5841b59855659f92217f66a9a37a91d0ead651f8876ff958, en de alinea staat in dat document op bytes 25406 tot 27620.